Niet veel later lopen er 10 pelgrims verloren achter me aan.
Een lokale inwoner overtuigt ons dat we echt anders moeten lopen en stuurt ons in de goede richting. Daarheen?? Een droog gevallen beek?
Als de wilde partij stenen, rotsen en zand nog geen pad waren, dan zijn ze het door ons toedoen nu wel.

Onderweg word ik in het cafeetje met open armen ontvangen door een oude Cubaan.
De wanden zijn bezaaid met zwart wit of vaag gekleurde foto's van muzikanten, straten, oude auto's. De prijzen van de koekjes, marmelade en nootjes zijn uit de tijd van Che Guevara.
En de port uit de tijd dat er nog geen geld bestond. Namelijk gratis, na sluitingstijd achter de bar. Wat een bijzondere, gastvrije man.

Ergens rond 4 uur eet ik ergens een pelgrimsmenu. Met een biertje voor 10 euro.
De herberg heeft een grote tuin. En ik voel me meteen thuis. Om 6 uur heb nog weinig honger en neem ik een soepje voor 2 euro.
Na de inspannende 22 km ben ik eigenlijk moe.
Maar met Nederlandse Diana en vader en zoon uit de US drinken we wijn die we per fles kopen in de herberg. De rekening bestaat uit hard gesnurk.
Dag 5
Ik vertrek laat na wat eenvoudige broodjes. Even lekker alleen. Vandaag ga ik voor 15 km.
Onderweg zie ik steeds meer camino bekenden. Ik drink weer een colaatje met moeder en dochter uit Duitsland.
Weer aan de wandel rent een druk gebarende Italiaan heen en weer met een karretje. Hij springt muurtjes op en af, voor de beste foto. Hij kon zo uit de film Buen Camino gestapt zijn. Even leuk, maar na 10 minuten vertraag ik om hem te ontlopen.
Op het einde van de dag passeer ik een grasveld. Voor de kleine tentjes zitten wat oudere jongeren. In spijker en versleten leren jasjes.
Een van hun roept dat ik de stokken niet moet gebruiken, tenzij voor omhoog en omlaag. Ik knik en als beloning nodigen ze mij uit voor een smoking session. Ik was immers Nederlandse? Maar ik heb vriendelijk bedankt en liep door.
‘s Avonds in de herberg luisterde ik naar een Australiër die ooggetuige was van 9/11. Verhalen van televisie zijn opeens heftiger. Ik denk aan thuis.
Dag 6
Ik sliep goed in mijn bunk achter de gordijntjes. Niemand snurkte. Of ik raak eraan gewend.
Vlak voor me in het bos schiet opeens een vos voor me langs. Ik was helemaal alleen en ik schrik me rot.
Na 4 km kom ik in een boscafeetje. De zelfgemaakte taarten komen je tegemoet. Ik laat me maar even gaan.
Ik loop samen met een vrouw uit de Oekraïne. Ze woont in Denenmarken. We kletsen leuk. Ook over niet leuke onderwerpen.
Intussen groeit mijn blaar. Gelukkkig is het maar 1. So far so good.
Vandaag doe ik de was in een wasmachine. En een keertje niet onder de koude kraan in een wasteil.
Ik eet met Elsbeth uit Enschede
Dag 7
Vandaag is de oversteek met de watertaxi naar Spanje.
Ik kom in de flow. Met een bepaalde routine pak ik de rugzak in 5 minuten in.
Ik ben blij dat ik zal worden opgepikt bij de albergue. Dat scheelt 3 km. Maar er komt niemand.
Met een mantra ik kan dit ik kan dit ga ik lopen. 3 km voelen langer als je er niet op rekent. Gelukkig staat de boot klaar. Spanje, ik kom eraan. Hopelijk wordt het weer net zo mooi als Portugal.
