Maar nu geniet ik nog volop.
Volgens plan kom ik dinsdag aan in Santiago om vanaf donderdag nog 90 km naar Finistere te lopen. De weg naar het einde van de wereld.
Finisterre is Latijn voor 'einde van de wereld'. Daar staat het 0 km paaltje.
In 2017 liep ik deze route niet. Nu maak ik mijn weg voor “altijd” af.

Dag 13
Ik sliep goed. Vandaag vertrek ik vroeg naar de volgende overnachting. Dat is in Armentiera.
Vandaag loop ik een relatief korte afstand. 12 km, maar met 400 (!) hoogtemeters. Dat is meer dan 2 maal zo steil als een heuvelachtige wandeling in het Limburgse Vijlen.
In Armentiera bevindt zich een klooster. Toevallig is er vanavond een pelgrimsmis. Ook als niet katholiek ben ik van harte welkom. Ik stap naar binnen. 'Geef mij een spoedig herstel,' bid ik. Je weet maar nooit. Pas 2 uur later stap ik weer naar buiten. Dat was een lange mis. Ik voel dat herstel mij gegund is. Misschien.
's Avonds in de herberg word ik door het gezelschap officieel uitgeroepen tot de koningin van de blaren. Een twijfelachtige eer. Zo big hadden ze het nog nooit gezien.
'Signora, of u nu wilt of niet, wij bellen een taxi'. Deze brengt mij naar een farmacie. De druk wordt er vanaf gehaald. Mijn vertrokken gezicht zou je uit kunnen leggen als grimas tegen wil en dank.
De nacht is heet. Het is lawaaiig. Ik slaap onrustig.
Dag 14
Het zonnetje schijnt. Met het vooruitzicht op een 1 persoonskamer begin ik opgewekt aan de dag. Het schijnt een prachtige route te worden.
Mijn blaren doen veel minder pijn. 'Dank'. De route slingert langs watervallen. Adembenemend. De wind maakt de hitte enigszins draaglijk. 'Let's have a menu,' zeg ik tegen moeder en dochter uit Australië. Het pelgrimsmenu bestond uit een grote salade, frieten, kipfilet en een ijs na voor 10 euro. Waar heb ik deze prachtige dag aan te danken. Oh, ja... gisteren... Het scheelt niet veel of ik neem mijn stellige uitspraak om nooit meer te lopen terug.
Het was 23 km wandelen van het ene schitterende uitzicht naar het volgende sprookjesachtige tafereel.
De herbergen zaten vol. Ik gunde mezelf een hotel. 'Wat zal ik eens gaan doen..' Ik besluit om wat te wandelen. En loop naar de stad om te pinnen. Nog eens 5 km. Ik trakteer mezelf op een sangria en ga dan slapen.
De zon zwaait me uit.

Dag 15
Ik sliep fantastisch. Lekker rustig, een eigen toilet en een heerlijk bed. Wat heeft een mens nog meer nodig.
Na een karig ontbijt wandel ik met andere pelgrims naar de boot. Vandaag maak ik de oversteek met de boot. Een hele organisatie. Alle rugzakken en wandelstokken moeten in het ruim. Iedereen loopt en roept door elkaar heen.
Met bijna 19 km en 31 graden kom ik aan in de albergue. Onderweg duizelde het door de hitte.
De playlist van de Born ladies van onze trip naar Malaga 2 jaar geleden, trok me er doorheen. Met dank aan Pussycat en Beppy Kraft.
Straks douchen, de was doen en eten en slapen.
